Meditatie

Meditatie - Kijk eens achterom!

Om sporen van God te ontdekken moet je achter je kijken. Dat is de beste handleiding om echt iets over God te ontdekken. Ik las er iets over in het boek ‘Sporen van God in het dorp’ en ik kan het er van harte mee eens zijn.

Tel je zegeningen, tel ze één voor één. Maar hoe doet je dat? Hoe tel je de zegeningen? Kijk achter je, in je eigen leven. Kijk naar de dagen en jaren die achter je liggen. Denk aan alles wat je is geschonken in je leven. Denk aan de mensen die vanaf de eerste dag van je leven voor je hebben gezorgd. Denk aan de vrienden die je hebt ontmoet, mensen die in het verleden met je door dik en dun zijn gegaan. Kijk en ontdek hoe prachtig de schepping er uit ziet. Zie naar de sterren en de maan, kijk naar de dieren, ontdek hoe wonderlijk mooi het in elkaar past. Denk aan al de beslissingen die je hebt gemaakt, aan al die dagen waarop je niet wist hoe het verder moest. En toch ging je verder. Kijk eens achterom!

In het genoemde boekje is men op zoek om sporen van God te ontdekken in de dorpen waar we wonen. Wat zijn er veel sporen! Als ik zondags niet in eigen gemeente hoef voor te gaan ga ik met enige regelmaat voor in andere dorpen. Ik vind het fijn om naar kerken te gaan waar ik nog nooit eerder geweest ben. Het is één van de mooie verrassingen die je meemaakt. Waar kom je terecht, hoe ziet de kerk er uit, welke mensen kom je tegen? Zoveel geloofsgemeenschappen in de dorpen die proberen handen voeten te geven aan hun geloofsleven. Zoveel gelovigen die ieder op hun manier proberen er te zijn voor de mensen en dieren in hun dorpen. 

Toen ik voor het eerst in Jelsum (de plek waar ik geboren en getogen ben) voor mocht gaan, merkte ik hoe waardevol een kerkgemeenschap in een dorp kan zijn. Als kind ging ik met mijn ouders naar de Adelaarkerk in Leeuwarden. Ik werd er gedoopt en deed er belijdenis. We woonden ver buiten het dorp aan de Dokkumer Ee en waren gericht op de stad. Voor wat er in de dorpskerk in Jelsum gebeurde had ik nauwelijks besef. Toen ik voor mocht gaan en de oude kerk binnenkwam ervoer ik dat hier generaties van gelovigen voor mij binnen waren gegaan. Mensen die in het dorp hebben gewoond en geleefd. Mensen die zondags naar de kerk gingen, liederen hebben gezongen, hebben gebeden en gedankt en hun geloof hebben beleden. Ik realiseerde me hoe waardevol ik het vond. Het raakte me. Eeuwenlang hebben in deze dorpskerken woorden van bemoediging geklonken. Mensen hebben gehuild, gelachen, gevierd, zijn hun leven met God gegaan. Inspirerend.

Als ik over de begraafplaats bij de Sint Maartenkerk loop heb ik hetzelfde gevoel. Zoveel generaties die naar de kerken in het dorp zijn gegaan. Die gedeeld hebben, een weg met God zijn gegaan. Ik vind dat echt inspirerend. Wat liggen er veel verhalen op een begraafplaats.

Je kunt dankbaar achterom kijken, maar ook nu kunnen we sporen achter laten als gemeente. Ook in onze dorpen kun je heel veel van die sporen ontdekken. Tijdens de startzondag aten we met elkaar in de Langebuorren. Prachtig, met elkaar aan één lange tafel! Veelal waren het gemeenteleden maar er waren ook een aantal mensen uit de Langebuorren zelf die mee aten. Zo eenvoudig maar wat is het mooi. Ik moet denken aan de weggeefkast die in steeds meer dorpen te vinden is. Wat een mooi initiatief waar mensen vorm geven aan hun geloof. Wat is het fijn als het dan niet vastzit aan kerkmuren maar dat er ruimte ontstaat om zo ook in de dorpen sporen achter te laten. Zodat de kerk niet ‘alleen’ in het dorp staat, maar van de gehele dorpsgemeenschap is. Zowel in Oudebildtzijl als in Hallum wordt er volop gebruik gemaakt van de kasten. Mensen zijn op velerlei manieren verbonden aan de kerk. Dat geldt voor kerkgangers maar ook voor mensen die niet direct de betrokkenheid via de kerkdienst beleven. Want ook niet-kerkgangers kunnen zich toch heel betrokken voelen, bij de kerk als gemeenschap, door deel te nemen aan bepaalde activiteiten of evenementen. Onlangs vroeg iemand van buiten de kerk of de wensboom nog bestond. Wat was het mooi dat de mensen van de kerk wensen uit lieten komen vertelde ze. Ook dat zijn sporen en zo kunnen we als gelovigen sporen achter laten. Dat is niet heel veel gevraagd. 

Het volk Israël vroeg aan Mozes waar God is en waar ze Hem konden vinden? Waarop Mozes tot het volk antwoordde "bekijk toch wat wij allemaal hebben ervaren, wat er allemaal is gebeurd en wat we hebben meegemaakt. Kijk eens achterom, je zult ontdekken hoeveel sporen er zijn achter gelaten?" Ik heb de wens dat wij met elkaar vele sporen van geloof, hoop en liefde mogen achterlaten! Niet aan de wensboom maar wel om met elkaar op te pakken. 

 

Johan Helfferich

Wijkontmoetingen

Ook in maart zijn er weer een aantal wijkontmoetingen. In elke wijk worden de mensen persoonlijk uitgenodigd. De wijkontmoetingen worden georganiseerd rond ons jaarthema: ‘Kijk eens met andere ogen!’ Allemaal mensen uit dezelfde wijk, kennen we elkaar? Zien we elkaar met ogen van herkenning of ogen die zeggen ‘hé, wat fijn dat jij er bent!’ Misschien zie je elkaar voor het eerst. Fijn dat je er bij bent!

Ontmoeting, gezelligheid, verdieping, herkennen, het zijn woorden die passen bij de wijkontmoeting. Jong en oud, zien we elkaar – wat kunnen we voor elkaar betekenen? Wat is belangrijk voor jou? Hoe kunnen we kerk zijn en wat is daarin belangrijk?

We hopen op fijne wijkontmoetingen!

Meditatie - mei 2022

“Allinne binne wy yn ferkeard selskip” (Doede Wiersma, yn ‘Wekker Bliuwe’)

De dinsdag na Pasen hadden we kerkenraadsvergadering. We zijn gewend om beurtelings de opening te verzorgen en degene die deze keer met ons opende had gekozen voor het Bijbelgedeelte over Thomas uit Johannes 20. Thomas, die er niet bij is als Jezus door dichte deuren heen verschijnt aan de leerlingen. Thomas, die als hij er van hoort, zegt: eerst zien, dan geloven. Thomas, in wie wij onszelf maar al te vaak herkennen. Maar in de opening werd het accent niet op de twijfel gelegd, maar op de rol van de gemeenschap. “Eén keer was Thomas thuisgebleven …”. Die halve zin raakte bracht me enigszins van mijn stuk.

Een keer thuisblijven. Dat is voor ons heel gewoon. Dat was het altijd al, maar de coronaperiode heeft dat versterkt. Of meer bloot gelegd. Hoewel aantallen niet alles zeggen, kunnen we er niet omheen dat de zichtbare betrokkenheid bij de gemeente een forse klap heeft gehad. Zowel op zondag als bij doordeweekse ontmoetingen. We blijven vaker thuis. We kiezen onze momenten en laten ons nergens toe verplichten. Kostbaar, dat geloven geen moeten is. Dat we er onze eigen weg mee kunnen zoeken en onze eigen keuzes kunnen maken. Maar ik vind het verdrietig dat dat maar al te vaak ten koste gaat van de gevoelde waarde van de geloofsgemeenschap. Die gemeenschap waar we mét al onze verschillen aan elkaar gegeven zijn. Waar we leren om elkaar vast te houden dwars door persoonlijke verschillen of weerstanden heen. Waar het heus kan schuren en we soms ook slijten aan elkaar, maar waar we elkaar in Gods Naam trouw blijven, omdat Hij ons aan elkaar verbindt. De geloofsgemeenschap, waar anderen zingen en bidden als je het zelf niet kunt. Waar we niet alleen vinden wat bij ons past, wat ons bevestigt of wat ons aanstaat, maar waar we uitgedaagd worden verder te kijken dan onze neus lang is. De geloofsgemeenschap waar we oefenen om samen lichaam van Christus in de wereld te zijn. Eenheid in verscheidenheid. De geloofsgemeenschap waar je gemist wordt als je er niet bent. “Eén keer was Thomas thuisgebleven …”

In zijn stukje over Johannes 20 schrijft Doede Wiersma: Tussen de regels door lees ik dat geloof in de opstanding een groeiproces is. In dat proces speelt de gemeente een rol, want alleen zijn we in slecht gezelschap. Want je zou toch denken: die Thomas kunnen we wel afschrijven. Maar als de leerlingen een week later weer bij elkaar zijn is Thomas er ook. De hele week heeft het enthousiasme van de anderen aan zijn twijfel gevreten. Wij hebben de Heer gezien, zeiden ze. Als dat eens waar was … ?

Mensen kunnen zich van Jezus af twijfelen, maar ze kunnen zich óók naar Hem toe twijfelen. Thomas deed het laatste. Thomas wordt bevrijd uit het twijfelen van het ‘ik’.

Alleen ben je altijd in slecht gezelschap. Anderen zijn nodig om lief te hebben, om de hoop in ons wakker te maken. Als wij niet meedoen in de gemeente dan gaat dat ten koste van geloof, hoop en liefde. Thomas was één keer thuisgebleven en zakte al weg in de draaikolk van het eigen ik. Maar in de gemeente leert hij te zeggen: “Mijn Heer, en mijn God!”

Het is Pasen geweest. “Net te leauwen”, zei Johan in zijn paaspreek. Dat wij de waarde van de geloofsgemeenschap niet te snel afschrijven, maar elkaar opzoeken en vasthouden. En dat in ons midden de ruimte gevonden wordt om samen te belijden “Mijn Heer, en mijn God!”. Om samen de Levende te volgen.

Ds. Jeannette v.d. Boogaard-Bongers