Meditatie - Woestijnvragen (Bij Exodus en Lucas 24: 13-35)

Als ik dit schrijf, is het de dag na de persconferentie van Rutte over eventuele versoepeling van de maatregelen. We keken met zijn 7,8 miljoenen. Anderen keken nadrukkelijk niet. Zou er een verlossend woord gesproken gaan worden? In het begin van de corona-crisis was er vooral een groot gevoel van solidariteit. Samen zaten we in hetzelfde schuitje. Samen moesten we de schouders zetten onder de strijd tegen het virus. De urgentie werd door nagenoeg iedereen gevoeld. De angst voor wat ons boven het hoofd hing was groot. Ons aller gezondheid en welzijn stond op het spel.

Inmiddels zijn we een heel aantal weken verder. En komen er steeds meer vragen. Wat zijn we aan het doen? Waar gaat dit naar toe? En hoelang gaat dit nog duren? Welke impact heeft die anderhalve meter samenleving op ons gedrag, ons gevoel, onze mentaliteit? Die ander vooral als degene die jou besmetten kan of andersom. Wat doet dat met ons verlangen naar nabijheid, naar menselijkheid? En wat hebben we allemaal over voor onze gezondheid? Moet alles daar voor wijken, ook als dat betekent dat mensen dodelijk eenzaam zijn, of geestelijk niet op kunnen tegen de omstandigheden? 

Als bedrijven over de kop gaan en er grote economische gevolgen zijn, die we nog jaren zullen voelen? Kan er niet meer verantwoordelijkheid bij mensen, instellingen en bedrijven gelegd worden om creatieve oplossingen te vinden en toch het leven weer op gang te brengen, met alle beperkingen van dien? We hongeren naar bevrijding uit alles wat ons gevangen houdt, en dorsten naar vrijuit leven.

Woestijnvragen zijn het. Al vanaf begin februari lezen we uit het boek Exodus. In de Paasnacht hoorden we hoe God zijn volk door het water van de zee heen leidt naar toekomst aan de overkant. En de zee is in de Bijbel altijd beeld van kwaad en donker, van wat ons leven bedreigt en waar we in kopje onder kunnen gaan. God leidt zijn volk er dóórheen. Maar aan de overkant van de zee wacht niet plotsklaps het beloofde land. Is er niet pats boem een stralende toekomst. Het volk Israël komt terecht in de woestijn. De plek waar ze moeten gaan ontdekken wat het betekent om in vrijheid te leven. Hoe houden ze dat uit? Waar zijn ze naar op weg? Hoe ziet de toekomst er uit? Was het verleden toch niet beter?

Woestijnvragen. Het treft me hoe actueel die vragen zijn voor ons. Egypte ligt misschien wel achter ons, maar nu? Waar zitten we? Waar zijn we naar op weg? Hoe ziet onze toekomst eruit? Waar worden we geleid door ons verlangen naar hoe het was en waar gedreven door de vraag hoe het zou moeten zijn? Zand happen is het deze dagen. En de vraag is dan ook heel urgent: hoe houden we dat vol? Wat houdt ons op de been? Door wie laten wij ons leiden?

In Lucas 24 lezen we hoe twee mensen Jeruzalem uit lopen. Ze hadden geleefd in de hoop dat Jezus degene was die Israël zou bevrijden. Maar nu is hij ter dood veroordeeld en gekruisigd. En ja, ze hebben het gerucht vernomen dat zijn graf leeg was, maar dat brengt ze alleen maar in verwarring. Ze lopen het visioen uit. Het verhaal van bevrijding en hoop hebben ze achtergelaten en ze bespreken met elkaar het ongewisse. Hoe herkenbaar die twee, deze dagen. Verdwaald in de vele vragen. Overgeleverd aan de onzekerheid en aan zichzelf.

Maar toch zijn ze niet alleen. Iemand voegt zich bij hen. Een reisgenoot. Niet iemand met oplossingen en antwoorden. Maar met een luisterend oor. Iemand loopt even mee op. En als ze echt helemaal aan het eind van hun latijn zijn, doet hij iets wat wij ook zondag aan zondag doen. Hij slaat de boeken van Mozes en de Profeten open. Verhalen die woorden geven aan waar wij zitten. En die ons tegelijkertijd opnieuw openen voor een vergeten, ongekend visioen.

Een woord in de woestijn. Brood voor het hart. Gebroken om te lezen en te eten. Een woord blijkt een mens van vlees en bloed die ons nabijkomt. Het is de Opgestane die ons op onze benen zet en wijst op wat komen gaat. Kwaad en onrecht moeten zwijgen en wij mensen staan weer op uit onze verlamming. Om terug te gaan naar dat visioen dat wij, zonder het te weten, aan het verlaten waren. Het is Pasen geweest. En met al onze woestijnvragen reizen we verder richting Pinksteren. En we blijven onderweg de boeken van Mozes en de profeten openslaan. En zelfs al herkennen we zijn aanwezigheid niet altijd, de Opgestane loopt met ons op. En Hij wil onze harten openen voor wat God met ons voor heeft. Dwars door alle vragen en onzekerheid heen.

Ds. Jeannette v.d. Boogaard